misantropie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een levenshouding die zich kenmerkt door een pessimistische visie op de samenleving en het wantrouwen van mensen
    De term ‘mislukking’ wordt te weinig geduid in de biografie, zegt Pam. Het is net als met de term ‘misantropie’ in de Hermanskunde: “Toch begrijpt ieder kind dat een werkelijke misantroop of een werkelijke mislukkeling nooit in staat was geweest zo'n omvangrijk oeuvre voort te brengen.” HP de Tijd 23/11 | 2013 DRIES MUUS [https://www.hpdetijd.nl/2013-11-23/de-geest-van-w-f-hermans-max-pam-vs-willem-otterspeer/ In de geest van W.F. Hermans? Max Pam vs. Willem Otterspeer]
    En terwijl het geloof in de EU aan het afnemen is, zien we een opgang van misantropie, xenofobie en giftig nationalisme. We vrezen een terugkeer naar de jaren dertig als deze ontwikkeling niet wordt gestopt." HP de Tijd 14/06 | 2018 SEBAS BOUQUET [https://www.hpdetijd.nl/2018-06-14/europese-beweging-gebalde-vuist-trump/ Deze Europese beweging moet de gebalde vuist tegen Trump worden]

Etymologie

* van het Griekse misos ("haat") en anthropos ("mens")

Vertalingen

Engelsmysantropy
Fransmisanthropie