ministerschap
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het minister zijn; het functioneren als ministerHet ministerschap, aansluitend op zijn burgemeesterstijd, kende in 2000 een ongelukkig einde toen hij moest vertrekken vanwege declaraties uit zijn periode in Rotterdam. De affaire zou bovendien een lange nasleep hebben.
Etymologie
* afleiding van minister
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek