miniatuur

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Een model, een hanteerbare weergave. In het geval van een miniatuur: een verkleinde weergave.
    Algauw gingen ze over in strelingen, en die strelingen werden het onmiskenbaar koppeltjeduikelen van een mens in miniatuur.
    Als ze het pakje openmaakt, ziet ze dat er maar één miniatuur in zit.
    In elke kamer staat een miniatuurtje van de miniatuur die zij heeft ontvangen: de groene stoelen, de luit, de wieg.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleine geschilderde illustratie’ voor het eerst aangetroffen in 1612

Vertalingen

Spaansminiatura