minderheidstaal

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) taal die in een bepaald gebied door een minderheid van de bevolking wordt gesproken
    Behoud van een minderheidstaal.

Vertalingen

Engelsminority language
Franslangue minoritaire
DuitsMinderheitensprache
Spaanslengua minoritaria