Min

vrouwelijk (de)/mɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrouw die tegen betaling het kind van een andere vrouw zoogt
    De min bestudeert het kind aan de voor- en achterkant, alsof Thea een verdacht uitziende raap op de markt is.
    De niet-gediplomeerde min laat haar ogen over de schilderijen, de slingerklok en de zilveren lampetkan dwalen.
  2. liefde, genegenheid (zie bijv. minnedicht)
  3. negatieve waarde
  4. wiskunde (wiskunde) minteken
  5. elektrotechniek (elektrotechniek) negatieve pool

Etymologie

* In de betekenis van ‘liefde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100

Vertalingen

Engelswetnurse, minus
Fransmoins
DuitsAmme, minus
Spaansmenos
Russischкормилица, минус