miljoen
onzijdig (het)/mɪlˈjun/
Betekenis
telwoord
- 1.000.000 (= 106)Het aantal gebruikers is vorige maand het miljoen gepasseerd.In de jaren vijftig en zestig was de Nationale 7 ook de vrolijkste weg van Frankrijk, de route des vacances voor miljoenen Fransen die voor het eerst op vakantie naar het Zuiden konden.In het heelal zijn er inmiddels wel honderd miljoen zwarte gaten aanwezig
zelfstandig naamwoord
- het getal 1.000.000
- 1.000.000 eenheden of exemplarenIn het wild leven er van deze vogel toch nog enkele miljoenen.Hij heeft in de loterij een miljoen gewonnen.
Etymologie
*Het woord gaat terug op het Italiaanse milione, gevormd uit mille «duizend» met het achtervoegsel -one dat een vergrootwoord vormt. De oorspronkelijke betekenis is dus "grootduizend", zonder precieze getalsmatige waarde. In de dertiende eeuw raakte het woord in andere Europese talen bekend. Pas in de 17e kreeg het een vaste getalswaarde van 1.000.000.
Vertalingen
Engelsmillion
Fransmillion
DuitsMillion
Spaansmillón
Italiaansmilione
Portugeesmilhão
Russischмиллион
Chinees百萬, 百萬
Japans百万, ひゃくまん
Koreaans백만
Arabischمليون
Turksmilyon, milyon
Poolsmilion
Zweedsmiljon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek