milicien

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dienstplichtige
    Als model voor ‘Afghanistan’ en voor wat gevechtsvliegtuigen en helikopters bijdragen aan het beslechten van een grootschalig guerrillaconflict beschouwt Van Creveld bijvoorbeeld de Franse strijd in Algerije in de jaren vijftig. Die analogie stemt somber. De Fransen hadden in de kolonie jarenlang 400.000 reguliere manschappen op de been, aangevuld met bijna tweehonderdduizend Algerijnse miliciens. En de Franse luchtmacht vloog in het conflict met honderden jagers, bommenwerpers, helikopters en transportvliegtuigen. Hun luchtoverwicht was totaal, want de tegenstanders van het Nationaal Bevrijdingsfront die op het hoogtepunt nauwelijks 40.000 man telden, hadden geen luchtmacht en geen luchtafweergeschut. NRC Menno Steketee 2 september 2011
    Vorige week werden al twee medewerkers van de marinekazerne gearresteerd. Een van hen is een 23-jarige milicien, een dienstplichtige eilandbewoner. De tweede is een 48-jarige burgermedewerker van Defensie. Beiden worden verdacht van het uitvoeren van cocaïne via de militaire post. Hoe dit precies in zijn werk ging, wil de marechaussee niet zeggen. Mogelijk volgen meer aanhoudingen. Volkskrant 21 december 2012

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelssoldier