mijmering

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. diepe maar vage gedachte
    ‘Natuur druist eigenlijk heel erg in tegen de menselijke aard. De dingen laten gebeuren en dan met de handen in de zakken toekijken: er zijn maar weinig mensen die dat kunnen.’ Het zijn de mijmeringen van een lokale expert die ons de volgende ochtend meeneemt op een dauwtrip in het bos. De Standaard ZATERDAG 19 AUGUSTUS 2017
    Het stadion in Breda was voor bijna tweederde gevuld. Terwijl Nederland nagenoot van de zege op Noorwegen en vooralsnog zijn zegeningen telt, zoals de 2,1 miljoen tv-kijkers naar het openingsduel in Utrecht en de vluchtige mijmering over het bereiken van de kwartfinales, zijn landen als Duitsland en Zweden de standaard bij de vrouwen. Volkskrant Willem Vissers 17 juli 2017

Etymologie

* van mijmeren

Vertalingen

Engelsday-dreaming