mezelf
/məˈzɛɫf/
Betekenis
voornaamwoord
- eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van meHet kan mezelf niets schelen.
voornaamwoord
- eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van meIk heb mezelf eens flink verwend.Daar kroop ik, nog in de greep van de angst, mijn slaapzak in en rolde mezelf tot een kleine bal.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek