meubilering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. inrichting van een gebouw
    De kinderen verbaasden zich niet over de smerigheid in de kamers, de wandluizen en de armzalige meubilering.

Etymologie

* van meubileren

Vertalingen

Engelsfurnishing, home furnishings