metgezellin

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijke partner
    Haar metgezellin liep met haar hoofd omlaag verder.
    Ze bedreigden Sterenburg en zijn metgezellin met vuurwapens en schoten op de man toen hij zich verzette. Hij raakte zwaargewond en overleed in het ziekenhuis in Porlamar.

Etymologie

* afleiding van metgezel