met
onzijdig (het)/mɛt/
Betekenis
voorzetsel
- en daarbij's Ochtends eten we brood met beleg.
- in gezelschap vanIk ga met hem mee.
- als partner hebbendeMorgen zal ik er met m'n manager over spreken.
- als gevoel hebbendeHij bekeek de pentekening met interesse.
- na, als gevolg vanHet wordt er met de tijd niet beter op.Met Karels vertrek raken we een waardevolle collega kwijt.
- gelijktijdig met, tijdensMet de schoolvakantie is het rustig in de stad.
- ter gelegenheid vanWe zijn met mijn verjaardag naar de Keukenhof geweest.
- gebruik makend van, door middel van, met behulp vanMet dit mes werd de moord gepleegd.Ik reis morgen met de trein naar Purmerend.
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) voedsel dat halverwege de dag wordt gegeten
- (voeding) stukjes die overblijven bij het snijden van grotere stukken varkensvlees
Etymologie
*[B] van Middelnederlands """ / "meet" / "mette", dat teruggaat op *mati voedsel, vgl. : "meat"
Uitdrukkingen
- af te rekenen hebben met
- gaan met die banaan
- geen weg weten met
- huilen met de pet op
- met de voeten spelen
- met de voeten treden
- met horten en stoten
- met twee maten meten
Vertalingen
Engelswith
Fransavec
Duitsmit
Spaanscon
Italiaanscon
Portugeescom
Russischс
Chinees和
Japansを伴って, 付きの
Koreaans와
Arabischب
Poolsz
Zweedsmed
Deensmed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek