mess

mannelijk (de)/mɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eetzaal voor officieren en onderofficieren
  2. bende, smeerboel, puinhoop

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘officiers- en onderofficierseetzaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1835