mespunt

/ˈmɛspʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de punt van een mes
  2. kookkunst (kookkunst) kleine hoeveelheid van een ingrediënt in poedervorm ter grootte van een mespunt
    Voeg een mespuntje zout toe

Vertalingen

DuitsMesserspitze
Spaanspunto, pizca