mes

onzijdig (het)/mɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap, huishouden (gereedschap) (huishouden) een dun lang werktuig met een scherp geslepen kant waarmee bijv. etenswaren gesneden kunnen worden
    Hij nam een mes en sneed het brood ermee.
  2. wapen (wapen) een voorwerp als onder [1], maar dan als wapen gebruikt (i.p.v. in het huishouden)
    ' Quick pakte haar mes en begon een stukje van de tong op te lichten, en ik had het vreemde gevoel dat ik te veel had gezegd zonder echt iets te zeggen.
    Hij kijkt om zich heen, alsof hij half verwacht dat er vanachter een heg een piraat tevoorschijn springt die hem een mes tegen zijn keel drukt.
zelfstandig naamwoord
  1. overledene in de uitdrukking: kaals mes

Etymologie

*[B]: van מת (mes) "lijk"

Uitdrukkingen

  • Als een [warm] mes door de boter gaanHeel gemakkelijk gaan
  • De messen slijpenAlles in gereedheid brengen (voor iets wat veel inspanning vergt)
  • Het mes tussen de tanden hebbenZich keihard voor iets inzetten omdat er heel veel op het spel staat (vaak in de vorm met het mes tussen de tanden)
  • Iemand het mes op de keel zettenAllerlei middelen gebruiken om iemand onder druk te zetten
  • Iets voor het mes hebben
  • Met het mes in de buik (blijven) zitten
  • Onder het mes gaanEen examen of onderzoek moeten ondergana; {{medisch|nld
  • Onder het mes zittenEen examen hebben, ofwel: in angstige omstandigheden zitten

Vertalingen

Engelsknife
Franscouteau
DuitsMesser
Spaanscuchillo
Italiaanscoltello
Portugeesfaca
Russischнож
Chinees小刀
Japansナイフ
Koreaans나이프
Arabischسكين
Turksbıçak
Poolsnóż
Zweedskniv
Deenskniv