merkel

mannelijk (de)/ˈmɛrkəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) balk of staaf die ter ondersteuning van een luik dwars over de luikopening wordt gelegd
    Een merkel is een dwarsscheepse balk waar een luik op rust.
  2. scheepvaart (scheepvaart) hoepel voor het drogen van zeilen

Etymologie

* herkomst onbekend