mensdom

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alle mensen van alle plaatsen en tijden tezamen als één groep
    Hoewel het mensdom maar al te goed weet hoe het met de dinosaurussen afgelopen is, stoppen we niet al te veel energie in het voorkomen van de volgende botsing. Er is nu eenmaal de ijzeren psychologische wet ‘het zal mijn tijd wel duren’. Wij mensen lossen de problemen wel op wanneer ze zich voordoen. Dus behalve een klein clubje bij de Nasa, het Planetary Defense Coordination Office, stopt niemand er tijd en geld in. Ook al omdat de Nasa-geleerden tot nu toe geen enkele ruimtekei gevonden hebben die de komende paar eeuwen wel eens gevaarlijk dicht in onze buurt kan komen. En ze kennen er al zo’n achtduizend die groter zijn dan 140 meter. De Standaard MAANDAG 31 JULI 2017
    In het voorwoord stelt Stifter dat de verhalen tot taak hebben ‘de zachte wet… waardoor het mensdom wordt geleid’ te ‘doorgronden’. NRC Peter Veldhuisen 15 augustus 2008

Etymologie

* afgeleid van mens

Vertalingen

Engelshumanity