meningitis

vrouwelijk (de)/ˌmenɪŋˈɣitɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ontsteking van de om de hersenen en het ruggenmerg gelegen hersenvliezen
    Door de nabijheid van de hersenen vooral bacteriële meningitis een zeer gevreesde aandoening die tot de dood of tot ernstige invaliditeit kan leiden,.

Etymologie

* van modern Latijn """, op te vatten als gevormd uit "μῆνιγξ" (mèninx) "vlies", in de betekenis van ‘hersenvliesontsteking’ aangetroffen vanaf 1847

Vertalingen

Engelsmeningitis
Spaansmeningitis