mengeling

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. melange, mengelmoes, mengsel waarvan de verschillende componenten nog herkenbaar zijn
    De bevolking van Amsterdam is een mengeling van vele nationaliteiten.
    Het was een mengeling van heimwee en schuldgevoel en veroorzaakte een onaangename knoop in mijn buik.
    Haar geliefde - haar verloofde! - ruikt naar olieverf, zeep en zijn eigen ondefinieerbare mengeling van schone katoen en Walter, en het is een adembenemende geur.

Etymologie

* van mengelen