men

/mɛn/

Betekenis

voornaamwoord
  1. iemand, maar niemand in het bijzonder
    Men heeft dat gedaan om kosten te sparen.
    Een halfjaar weg van mijn gezin vond men wel erg lang.

Etymologie

* In de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • Aan de veren kent men de vogel.aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt. De kleren maken de man.
  • Aan de vruchten kent men de boom.je kunt alleen iemand echt leren kennen door de dingen die doet en de manieren waarop iemand dingen aanpakt
  • Als het getij verloopt, verzet men de bakens.als de omstandigheden veranderen neemt men andere nieuwe maatregelen, en stelt men andere uitgangspunten en doelen
  • Als het kalf verdronken is, dempt men de put.als het ongeluk gebeurd is, helpt het niet meer voorzorgen te nemen. Betekent ook: men neemt pas maatregelen als het te laat is
  • Als men over de duivel spreekt, dan trapt men hem op zijn staart.het over iemand hebben en die dan plots tegen het lijf lopen, of iets gebeurt terwijl je het er net over had
  • Bij het scheiden van de markt, leert men de kooplui kennen.als de zaken eenmaal gedaan zijn leer je iemand pas kennen
  • Door schade en schande wordt men wijs.een mens leert het beste van z'n fouten
  • Door vragen wordt men wijs.door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen

Vertalingen

Engelsone, you
Franson, l'on
Duitsman