melkboer

mannelijk (de)/ˈmɛlᵊɡˌbur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die langs de deur ging met voornamelijk melk en zuivelproducten, en eventueel een winkel dreef
    De melkboer bracht de melk bij ons aan de deur.

Etymologie

* In de betekenis van ‘iem. (oorspr. boer) die melk in het klein verkoopt’ voor het eerst aangetroffen in 1659

Vertalingen

Engelsmilkman
Franslaitier
DuitsMilchmann
Spaanslechero
Zweedsmjölkbud