melaatsheid
vrouwelijk (de)/me'latshɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- besmettelijke ziekte veroorzaakt door een bacteriële infectie van de huidMelaatsheid heeft vaak tot groot sociaal isolement gevoerd.
Etymologie
*Afgeleid van melaats .
Vertalingen
Engelsleprosy
Franslèpre, ladrerie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek