melaatsheid

vrouwelijk (de)/me'latshɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. besmettelijke ziekte veroorzaakt door een bacteriële infectie van de huid
    Melaatsheid heeft vaak tot groot sociaal isolement gevoerd.

Etymologie

*Afgeleid van melaats .

Vertalingen

Engelsleprosy
Franslèpre, ladrerie