megafonen

meervoud/meɣaˈfonən/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. megafoons, minder gebruikelijke meervoudsvorm van megafoon Van Dale: Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14e druk (2005) Van Dale Lexicografie Utrecht/Antwerpen; cd-rom; lemma -foon1
    Tussen de bombardementen door riepen Syriërs in Homs vandaag met luidsprekers en megafonen om medische middelen en nieuwe bloeddonoren, meldt persbureau AP.