meeldauw
mannelijk (de)/ˈmeldɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mycologie) dunne, oppervlakkige schimmelaantasting van planten waarbij op diverse plantendelen een wit of grijs schimmelpluis gevormd wordtCox’s-bomen zijn vatbaar voor ziektes als meeldauw.
Etymologie
*van "Mehltau", ten onrechte opgevat als , in de betekenis van ‘plantenschimmel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1666
Vertalingen
DuitsMehltau
Spaansmildiu
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek