medicus
mannelijk (de)/ˈmediˌkʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (beroep) een persoon die gerechtigd is de geneeskunde te beoefenen, een arts, dokter, geneesheer, geneeskundige
Etymologie
*afgeleid van het Latijn
Vertalingen
Engelsdoctor, physician
Fransmédicin
DuitsArzt
Spaansdoctor, médico
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek