matje

/ˈmɑcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kapsel waarbij de de zijkanten van het haar meestal opgeschoren of kort zijn, maar de achterkant lang
    Een matje was in de jaren tachtig erg populair.
  2. scheldwoord (scheldwoord) ordinair, luidruchtig of wat agressief persoon

Etymologie

*"mat"

Uitdrukkingen

  • op het matje moeten komen
  • op het matje roepen

Vertalingen

Engelsmullet
Fransmulet, nuque longue, coupe Flémalle
DuitsMatte, Vokuhila
Spaansmullet, farru