maskerade

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. optocht met gemaskerde en verklede mensen
    Ghost, verder bestaand uit anonieme muzikanten, de ‘nameless ghouls’ die spelen met gehoornde, zilveren maskers, zou hun theatrale maskerade makkelijk de hoofdrol kunnen laten spelen, maar dat is nergens voor nodig. De hoofdrol is nadrukkelijk weggelegd voor de ijzersterke songs van het sextet. NRC Peter van der Ploeg 7 december 2015
  2. schijnvertoning
    ‘We zijn komen protesteren tegen de maskerade die deze verkiezing is’, aldus een van de manifestanten. ‘Alle belangrijkste kandidaten, Macron, Fillon, Le Pen, willen enkel maar het koninkrijk van de oligarchie tot in de eeuwigheid voortzetten, dat de macht inneemt en de rijkdom van de mensen afneemt. Er is een ernstige crisis rond de representativiteit in Frankrijk.’De Standaard 24/04/2017 door mg

Etymologie

* afgeleid van masker

Vertalingen

Engelsmasquerade