marqué

mannelijk (de)/mɑrˈke/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) acteur die in een stuk een herkenbare rol als verrader speelt
    Gysbreght is er tevens van overtuigd dat het einde van het beleg aantoont dat God zijn onschuld erkent en de zaken voor hem een goede keer laat nemen: ‘Van zijn gewetens-rechtvaardiging uit meent Gysbreght, dat hij de Godheid in de kaart kan kijken. Dit is een strafbaarder vergissing dan het hechten van geloof aan bedrieglijke woorden, uitgesproken door een gewoonlijk sterk als marqué gespeelde spion.’
    {{ouds

Etymologie

*van "marqué" "getekende, persoon met een stigma"