woorden
boek
Start
›
M
›
marlpriem
marlpriem
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
gereedschap
(gereedschap) een bij het touwsplitsen gebruikte priem om er ruimte tussen de strengen mee te maken
Synoniemen
marlpen
marlspijker
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Marlous'
marlt →