Marlijn
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort vis, uit de familie van zeilvissen in de orde van baarsachtigen
- bindtouw, scheepstouw, geteerd sterk touw
Vertalingen
Spaansmarlín, cabo delgado, merlín
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek