marktstad

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stad die volgens de wet marktrechten had
    Recent waren we op bezoek in Dumfries, een marktstadje net over de Schotse grens. Daar trok een tamelijk berooide Burns op jonge leeftijd naar toe. Hij kocht een boerderijtje en trachtte zijn leven in het gareel te krijgen. Dat lukte niet. Hij boerde er slecht en was vaker in de kroeg te vinden dan op zijn stukje land. De Telegraaf 25 jan. 2017 [https://www.telegraaf.nl/columns/48870/burns Burns]
    Ook met Chinezen was het nog nooit zo druk. Met haar regionale centrumfunctie is Schagen, van oudsher een marktstad met levendig hart, voor veel fietsers een logisch vertrek- en eindpunt. De Telegraaf RIK BOOLTINK 15 okt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/vrij/2681423/beeldig-rondje-noord-holland-zonder-bollen Beeldig rondje Noord-Holland zónder bollen]