marktkoopman
mannelijk (de)/ˈmɑrktkopmɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) Man die zijn waren verkoopt op de markt.Koningin Beatrix krijgt een handkus van een marktkoopman donderdag op de Albert Cuyp in Amsterdam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek