maripa

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gele ovale vrucht van de maripapalm
    Het volkje scheen in overvloed te leven; want cassave-brood was er in menigte voorhanden en de landen bevonden zich in den besten staat. Jammer echter, dat deze welvaart slechts tijdelijk is en er maar al te dikwerf tijden komen, waarin awara, maripa en andere woudvruchten de hongerige maag moeten vullen, en wel enkel om de eenvoudige reden dat de lieden te lui zijn om te poten en te planten.
  2. soort palmboom

Etymologie

* uit het Surinaams - Nederlands