marbriet

onzijdig (het)/mɑrˈbrit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, geschiedenis (bouwkunde) (geschiedenis) ondoorzichtig hard glas, dat in plaats van het duurdere marmer kon worden gebruikt voor oppervlakken die bestand moesten zijn tegen zuren, vetten of intensief schoonmaken en dat vooral tijdens de art deco ook als verfraaiing werd toegepast
    Wat je overhoudt, is een overzicht van Nederlanders en Belgen die zich op hoogst particuliere wijze in het bouwen hebben uitgeleefd. Arthur Brancard {{sic!|Brancart

Etymologie

*van de e merknaam "Marbrite", een samenstelling van "marbre" als merknaam gebruikt door de glasfabriek "Verreries de Fauquez" van de Belgische uitvinder A. Brancart.; geraadpleegd 2019-11-09[https://www.dbnl.org/arch/bos_004vree01_01/pag/bos_004vree01_01.pdf De vreemde woorden 3e druk (1955) Wereld-bibliotheek, Amsterdam / Antwerpen]; p. 251 kol. 2; geraadpleegd 2019-11-09