manufacturen
/ˌmanyfɑkˈtyrə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- producten gemaakt uit geweven katoen, linnen, wol of zijdeVóór de 20e eeuw werd ook het onzijdig enkelvoud manufactuur in de betekenis "product van een weverij" gebruikt.Net als veel van hun streekgenoten – de beroemdste namen zijn Dreesmann, Peek, Cloppenburg, Kreijmborg – trokken ze rond 1870 naar het nabije, welvarende Nederland om in confectie en manufacturen te gaan; de Bokerns met weinig succes.Dick was nog niet uitgezwaaid door Eimert van Middelkoop, of hij verruilde zijn uniform voor een uit diverse manufacturen weer even scherp gesneden burgerkostuum van eenzelfde toon blauw, en verscheen dagelijks in krant, op radio of televisie om het land aan te sporen de inktvlekstrategie krachtig voort te zetten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek