mantra
/ˈmɑntra/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gedicht, woord, uitspraak of een lettergreep die het midden houdt tussen een spreuk met magisch effect en een gebed'Hare Krishna Hare Krishna / Krishna Krishna Hare Hare / Hare Rama Hare Rama / Rama Rama Hare Hare' is een bekende mantra.
- lijfspreuk in meer algemene zin van het woordMichel opende de persconferentie met zijn mantra: jobs, jobs, jobs. De maatregelen willen voluit gebruikmaken van de aantrekkende economie. Op papier moet de verlaging van de vennootschapsbelasting een nuloperatie zijn, ongetwijfeld rekent de minister van Financiën op een toename van de activiteiten die potentiële tekorten dichtrijden. Optimisme voert de boventoon. De Standaard 27 juli 2017Die conclusie past in het beeld dat Chinezen hebben van de Steentijd. „Lokale continuïteit is altijd het mantra geweest van Chinese antropologen”, zegt de Franse Neanderthalerexpert Jean-Jacques Hublin, die niet bij het onderzoek betrokken was. „Veel geloven er nog altijd dat moderne Chinezen afstammen van Aziatische Homo erectus.” En dus niet van de later uit Afrika vertrokken Homo sapiens. DNA-onderzoek aan moderne Chinezen heeft dat Chinese idee overigens al ontkracht. NRC Lucas Brouwers 2 maart 2017
Etymologie
* van "मन्त्र" (mántra), in de betekenis van ‘gebedsformule’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Vertalingen
Engelsmantra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek