mantelpak
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kledingensemble gedragen door vrouwen, bestaande uit een blazer en een rok gemaakt van dezelfde stof. De voorloper van het mantelpak was het paardrijkostuumDe stewardess droeg altijd een mantelpakje op haar werkEen vrouw in mantelpak, de manager van het hotel, valt uit tegen een man in pak, een vertegenwoordiger van schoonmaakbedrijf CSU, die bij de actie aanwezig is. Op de achtergrond staat een van de demonstrerende schoonmakers met een blik van volledige verbijstering. Hier is de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer volledig verziekt. Deze week werd bekend dat CSU zich terugtrekt als schoonmaakbedrijf bij Hilton. NRC Lucette Mascini 15 december 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek