manschappen

meervoud/ˈmɑnsxɑpə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) soldaten of matrozen die een legermacht uitmaken
    Die demarcatielijn kwam precies overeen met de lijn die de officieren scheidde van de manschappen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Hij besloot meer manschappen in te zetten.

Etymologie

*"manschap" met de uitgang -en