manoeuvre

mannelijk/vrouwelijk (de)/maˈnœːvrə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Handeling waarmee men de voortgang van een voertuig verandert, zoals bijvoorbeeld een parkeermanoeuvre.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘handgreep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824