mannenhand

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) hand van een man
    Drie paar mannenhanden grepen me vast en trokken me weg van de stalen plaat.
    Net wanneer de serveerster arriveert met brood en tapenades, pakt een mannenhand de stoel naast me vast en ruik ik weer de geur van Azzaro.
    Mijn blik valt op zijn mooie mannenhanden, ze zijn zo goed verzorgd.