mannelijkheid

vrouwelijk (de)/ˈmɑnələkˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kracht en in bezit van eigenschappen zoals aan mannen wordt toegeschreven
    Voor mannen is de omgang met fysiek geweld een manier van doen en laten die bij uitstek wordt gerelateerd aan het vertoon van mannelijkheid.Schuyt & van den Brink, [https://books.google.nl/books?id=Er4lsde-RhAC&pg=PA48&dq=%22van+mannelijkheid%22&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwi00ffSxrvMAhVEMBoKHTmBCqMQ6AEIHzABv=onepage&q=%22van%20mannelijkheid%22&f=false Publiek geweld], 2003, p. 48
  2. anatomie, metonymisch, eufemisme (anatomie), (metonymisch) (eufemisme) mannelijk geslachtsorgaan, "penis"

Etymologie

*afgeleid van mannelijk

Vertalingen

Spaanshombría, masculinidad, virilidad