manicheeër
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie), (filosofie) een aanhanger van de oosterse openbaringsreligie die opgericht was door Mani
Etymologie
*Ontleend aan het Latijnse Manichaei, een afleiding van Mani, de stichter van deze religie.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek