mangroveboom

mannelijk (de)/mɑŋˈɣrovəˌbom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) boom met een vaak opvallend boven de grond of het water uitstekend wortelstelsel en die voorkomt in een zogenaamd vloedbos in tropische kustgebieden en rivierdelta’s met getijdewerking