mangoeste
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑŋˈɣustə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) benaming voor kleine roofdieren uit de familie die voorkomen in Zuid-Europa, Afrika, Azië en de CaraïbenDat gevecht om erkenning en waardering vormt de rode draad in alle verhalen van De jungleboeken. Zo hunkert een tamme mangoeste naar liefde van de vrouw des huizes, een olifantentemmer vindt bevestiging van zijn bestaan bij dansende olifanten, cavaleriedieren gehoorzamen rücksichtslos hun soldaten.
Etymologie
*via "mangusto" van "मुंगूस" (muṅgūs)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek