mandekking

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tactiek waarbij één bepaalde speler de opdracht heeft één andere speler van de tegenpartij te bewaken zodat deze laatste niet meer aanspeelbaar is
    Zulte Waregem zette er weinig tegenover en was vooral bezig met de organisatie op het middenveld. Dat leverde slechts één schot op doel op voor de thuisploeg, een gefrustreerde Mbaye Leye viel even uit zijn rol en trapte na richting Simons nadat die op mandekking speelde. De aanvoerder van Zulte Waregem raakte Simons niet, maar mocht toch van geluk spreken dat hij geen kaart kreeg voor deze actie. De Standaard 29/10/2016 door jtp
    Janmaat paste strakke mandekking toe bij een hoekschop van Norwich City. Aanvaller Steven Naismith kwam daardoor op ondeugende ideeën en greep Janmaat naar zijn scrotum. Tubantia 10-01-2017

Vertalingen

Engelsman-to-man marking