mandaat

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) lastgeving
  2. opdracht krachtens welke men een functie vervult
  3. bevelschrift
  4. pauselijke verordening
  5. (België) voordracht van een kandidaat op de verkiezingslijst

Etymologie

*Leenwoord uit Frans mandat, ontleend aan Latijn mandātum ‘dat wat opgedragen of toegewezen is’, verleden deelwoord van mandāre ‘opdragen, toewijzen’.

Vertalingen

Engelsauthorization, mandate
Spaansautorización, mandato