mandaat
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) lastgeving
- opdracht krachtens welke men een functie vervult
- bevelschrift
- pauselijke verordening
- (België) voordracht van een kandidaat op de verkiezingslijst
Etymologie
*Leenwoord uit Frans mandat, ontleend aan Latijn mandātum ‘dat wat opgedragen of toegewezen is’, verleden deelwoord van mandāre ‘opdragen, toewijzen’.
Vertalingen
Engelsauthorization, mandate
Spaansautorización, mandato
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek