mampier

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmɑmpir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweevleugeligen (tweevleugeligen) benaming voor kleine bloedzuigend mugjes uit de familie die veel voorkomen in Suriname
    Verdediging tegen de mampier hoort tot de onmogelijkheden.

Etymologie

*van "mampira", dat vermoedelijk teruggaat op "mapili" [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010401003:mpeg21:a0042 "Papiamentu en Negerengels" in: Amigoe di Curacao jrg. 58 nr. 3451 (14 november 1941)]; p. 4 kol. 1; geraadpleegd 2018-06-07