mammoet

mannelijk (de)/ˈmɑmut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. slurfdieren (slurfdieren) benaming zoogdieren uit het geslacht , sinds de laatste ijstijd uitgestorven
  2. zeer groot voorwerp

Etymologie

*van "мамонт" (mámont), in de betekenis van ‘voorhistorische olifant’ voor het eerst aangetroffen in 1692

Vertalingen

Engelsmammoth
Fransmammouth
DuitsMammut
Spaansmamut
Turksmamut