malaise

vrouwelijk (de)/maˈlɛːzə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) gevoel van onwelzijn
    Malaise bij de patiënt.
  2. narigheid, rampspoed
    Een golf van malaise.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, oorspronkelijk een samenstelling van mal en aise. In de betekenis van ‘gedruktheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelsmalaise
Fransmalaise, faiblesse