makrelen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) een familie van baarsachtige straalvinnige vissen waartoe de makreel, tonijn en bonito behoren. Als zodanig is deze familie vissen van groot belang voor de commerciële visserij. De familie telt in totaal ongeveer 55 soorten, verdeeld over 15 geslachten
Etymologie
* "makreel" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek